Update: corona en (IKB) reiskosten

2 juni 2022

In eerdere nieuwsberichten hebben wij u bericht over de ontwikkelingen over het (kunnen) inzetten van het IKB voor een (aanvullende) onbelaste reiskostenvergoeding over de jaren 2020 en 2021. In dit artikel geven wij een update inzake de bezwaar- en beroepsprocedures over deze kwestie.

Aanleiding

Gemeenten, provincies en ook vele andere werkgevers hebben IKB (individueel keuzebudget) als arbeidsvoorwaarden. Binnen het IKB hebben werknemers de vrijheid om hun beschikbare budget te besteden aan doelen die vooraf zijn vastgesteld. Veel voorkomende doelen naast extra bruto salaris zijn een fiets, vakbondscontributie, aankoop van verlof en de (aanvullende) vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer in situaties waarin de werkgever minder betaalt dan € 0,19 per kilometer.

Als gevolg van de coronamaatregelen en het (verplichte) thuiswerken, hebben werknemers vanaf maart 2020 veel minder reisbewegingen gemaakt. Fiscaal heeft dat kortgezegd normaliter tot gevolg dat de vaste reiskostenvergoeding hierop moet worden aangepast. 

De Staatssecretaris van Financiën vond dit gevolg ongewenst en heeft in een (fiscaal) Beleidsbesluit in april 2020 goedgekeurd dat een werkgever gedurende het jaar 2020 voor een vaste reiskostenvergoeding geen gevolgen hoeft te verbinden aan een wijziging in het reispatroon van een werknemer. Met andere woorden, de vaste onbelaste reiskostenvergoeding kon doorlopen op basis van het reispatroon dat van toepassing was voor corona. 


Standpunt Belastingdienst

In juni 2020 is het Beleidsbesluit aangepast en “verduidelijkt” dat de goedkeuring alleen ziet op vaste vergoedingen waarop de werknemer op 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had. Ten aanzien van een cafetariasysteem, zoals het IKB, is benoemd dat als een recht op een vaste reiskostenvergoeding in 2020 afhankelijk was van een keuze van de werknemer, deze keuze uiterlijk op 12 maart 2020 moest zijn gemaakt. Alleen dan kunnen de thuiswerkdagen aangemerkt worden als reisdagen in het kader de ‘’IKB uitruil’’ voor een onbelaste vaste woon-werkvergoeding.

Specifiek ten aanzien van het IKB legt de Belastingdienst de begrippen ‘’onvoorwaardelijk recht’’ en het maken van een keuze door de werknemer in de praktijk kortgezegd als volgt uit. De werknemer moest uiterlijk op 12 maart 2020 in de salarissoftware hebben aangegeven ( het ‘’zetten van een vinkje’’) dat hij het IKB wenste te besteden aan een vaste reiskostenvergoeding. Is dit ‘’vinkje’’ niet, of na 12 maart 2020 gezet, is de Belastingdienst van mening dat er geen sprake was van een onvoorwaardelijk recht in 2020, wat in veel gevallen betekent dat voor de uitbetaalde reiskostenvergoeding(en) geen (volledige) gerichte vrijstelling toegepast kon worden. De uitbetaalde netto reiskostenvergoeding komt daarmee naar mening van de Belastingdienst in veel gevallen (gedeeltelijk) ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) 2020. In de praktijk betekent dit standpunt vaak dat werkgevers een forse WKR eindheffing over 2020 zijn verschuldigd.


Geschil en procedure

Namens meerdere gemeenten hebben wij bezwaar gemaakt tegen dit standpunt van de Belastingdienst.

Het geschil ziet op de vraag of op grond van het Beleidsbesluit voor alle vaste netto reiskostenvergoedingen die medewerkers middels IKB besteding in 2020 hebben ontvangen een gerichte vrijstelling van toepassing is of dat een gedeelte van deze kosten ten laste van de vrije ruimte komt.


Stand van zaken

Voor een aantal gemeenten  zijn we in de bezwaarfase door de Belastingdienst alsnog in het gelijk gesteld. Het betrof hierbij een situatie waarin er een eerdere goedkeuring is afgegeven door de Belastingdienst dan wel waarin de administratieve verwerking op een andere manier is ingericht. 

Voor een aantal andere gemeenten hebben wij inmiddels beroep aangetekend bij de Rechtbank. Waarbij uiteindelijk de rechter zal moeten gaan oordelen of er sprake is van een onvoorwaardelijk recht op de vaste reiskostenvergoeding. Uiteraard houden wij u op de hoogte over de voortgang.


Belang voor de praktijk

Indien u tot op heden (nog) geen rekening hebt gehouden met het standpunt van de Belastingdienst bij het bepalen van de WKR eindheffing over 2020 (en wellicht 2021), kan het zijn dat u een (latent) risico loopt op een forse naheffing loonheffingen. Dat zal het geval zijn als de Rechtbank het standpunt van de Belastingdienst volgt. U dient er dan rekening mee te houden dat de Belastingdienst in dat geval (ook) bij andere overheidswerkgevers zal gaan navragen hoe zij zijn omgegaan met de IKB besteding voor reiskosten woon-werkverkeer in 2020 en 2021. Wij geven u in overweging om reeds het financiële belang in beeld te brengen.

Tot slot

Als u vragen of opmerkingen heeft, of als wij u behulpzaam kunnen zijn met bovenstaande, dan kunt u contact opnemen met één van onze specialisten of uw vaste aanspreekpunt: Marjon van Ginhoven of Remco Bosma

Remco Bosma
Specialist Loonheffingen en Sociale Verzekeringen, Expert DHT/TCF

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *