Hoge Raad: overheid dient mededingingsruimte te bieden bij gronduitgifte – aandachtspunten voor de Vpb

1 februari 2022

De overheid dient gelijke kansen te bieden aan partijen bij de uitgifte van grond. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld in haar arrest van 26 november 2021. Dit kan materiële impact hebben op de manier waarop afspraken over woningbouw tussen gemeenten en externe partijen worden vormgegeven. Het is in beginsel niet meer mogelijk voor gemeenten om grond te verkopen aan een partij zonder deze eerst aan te bieden op de markt. Dit vloeit voort uit de toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en daarmee het gelijkheidsbeginsel, aldus de Hoge Raad. De uitspraak heeft voor de Vpb aandachtspunten tot gevolg.

Wat betekent dit in de praktijk?

Bij de verkoop of verdeling van grond dient een overheidslichaam potentiële partijen, zoals bijvoorbeeld (project)ontwikkelaars of burgerinitiatieven, de ruimte te bieden om naar de grond mee te dingen. Althans aan hen waarvan de gemeente weet dat zij geïnteresseerd zijn in de desbetreffende grond.

 

Verder dient een overheidslichaam, om gelijke kansen te bieden, de verkoop of verdeling van grond in zekere mate openbaar te doen. Een passende mate van openbaarheid dient volgens de Hoge Raad verzekerd te worden met betrekking tot de beschikbaarheid van de grond, de selectieprocedure, het tijdschema en de toepasbare selectiecriteria. Een overheidslichaam dient deze aspecten vooraf ook nog voldoende bekend te maken zodat iedere partij daarvan kennis kan nemen. Op deze manier krijgen alle geïnteresseerde partijen vooraf de kans om mee te dingen.

Fiscaliteit

De uitspraak heeft tot gevolg dat veel gemeenten worstelen met lopende projecten en/of het in de markt zetten van grondposities. Hiertoe worden veelal onderzoekskosten gemaakt en werkzaamheden verricht om projecten doorgang te kunnen laten vinden. Aandachtspunt in deze is dat aanvullende werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat de gemeente meer arbeid inzet om een rendement te behalen. Als dit rendement ook verbetert, zou dit tot een verhoging van het risico van Vpb-plicht kunnen leiden. Op basis van gangbare jurisprudentie gaat het immers om de arbeid die de gemeente inzet in relatie tot een (meer dan normaal) rendement. Als gevolg van inzet van alternatieven en een brede aanbieding, kan hier eerder sprake van zijn.

 

Veelal worden er nu diverse kosten gemaakt om de gevolgen van de uitspraak in kaart te brengen. Daarnaast volgen vaak aanvullende (plan)kosten om de projecten doorgang te kunnen laten vinden. Heeft u plannen waarbij dit mogelijk speelt, probeer dan de kosten die toerekenbaar zijn door te belasten naar de projecten. Deze kosten zijn voor de Vpb bij belastingplicht lasten, die in principe meegenomen kunnen worden als kosten in de aangifte. Heeft u (nog) geen vennootschapsbelastingplicht? Houd ook dan de toerekenbare kosten bij, voor het geval u deze kosten kunt meenemen in de winsttoets.

Wilt u meer weten?

Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten. Wij denken hierin graag met u mee.

Dido Westrik
Specialist Vennootschapsbelasting (grondbedrijven), Expert DHT/TCF

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *